Blankenberge


 

Blankenberge is waarschijnlijk in de 12de of 13de eeuw ontstaan als vissersnederzetting. De naam Blankenberge wordt voor het eerst vermeld in 1275 en duidde de burgerlijke gemeente aan: met de eerder verschenen naam Scarphout werd (tot in de 18de eeuw) de parochie bedoeld. De oudste kerk van Scarphout werd in of vóór 1334 door een overstroming weggespoeld. Met geheel Kust-Vlaanderen nam Blankenberge deel aan de opstand tegen graaf Lodewijk van Nevers. In 1576 werd de plaats door de watergeuzen ingenomen en platgebrand. Al sinds het einde van de middeleeuwen werd de Blankenbergse vis tot ver in het graafschap Vlaanderen verkocht. Een andere bron van inkomsten tijdens de late middeleeuwen was de zoutwinning

Sinds de 2de helft van de 19de eeuw is Blankenberge een van de belangrijkste Belgische badplaatsen. Vooral het ontspanningsleven is sterk ontwikkeld. De vroegere vissershaven fungeert sinds 1958 als jachthaven. Andere bezienswaardigheden zijn de St-Antoniuskerk (1358 maar herhaaldelijk gewijzigd), de decanale St-Rochuskerk (1884-1889, het Casino (1932-1935), het voormalig gemeentehuis (1532) en de Vuurtoren (1862).